|
November 11, 2003 - 12:00
de eerste fietsdoorkruising van siberie

Deel 2
Vijf maanden later
De fiets was weer in uiterste gereedheid gebracht evenals de uitrusting waar de helft weer van was vernieuwd. Als dit maal mijn poging weer zou stranden, dan zou de oorzaak niet aan het materieel liggen. Grote hoeveelheden reserve uitrusting gingen mee, evenals alle kaarten die ik de afgelopen tijd had kunnen vinden van dit uiterst afgelegen Noord-oost Siberische gebied. De meest gedetailleerde kaarten gaven slecht een zeer gering netwerk van lichtbruine lijntjes weer. Met de legenda uitleg dat het om niet meer als winterpaden of paden voor rupsbandvoertuigen ging. Als die er nog doorheen komen, dan moet het met de fiets ook nog wel lukken. Ik had ervoor gekozen om op het einde van de strenge Siberische winter terug te keren. De extreme koude van zo’n -60_ celsius achter me latend en voordat Siberië weer in een groot diep moeras veranderd. Vanaf Amsterdam vloog ik via Moskou naar Magadan. Vanuit het vliegtuig was duidelijk te zien dat Siberië nog bedekt was onder een dikke laag sneeuw, die me aardig zorgen baarde. Een beetje sneeuw of ijs is leuk om op een paar spike-banden doorheen te rijden, maar met ruim een meter begin je niets. In Magadan was goed te merken dat de winter nog niet voorbij was. De temperatuur zat nog tegen de min twintig graden aan, terwijl het de dag tevoren nog 24 graden boven het vriespunt in Moskou was geweest. Ik kocht een grote hoeveelheid voedselvoorraden in waarna ik met een vrachtwagen vertrok richting de plaats Susuman. Dit weggedeelte was aardig goed begaanbaar doordat er met regelmaat verkeer langs kwam. Zorgwekkender zagen de hoge sneeuwwallen er langs de weg uit. Over een paar weken zit ik op paden waar vrijwel niemand meer komt en daar verwacht ik deze sneeuwlagen ook op de weg te treffen. Na anderhalve dag komen we aan bij de plaats Susuman. Ik stap uit bij het bord Susuman waar de plaats begint. Een vreemd gevoel. Hier eindigde ik gedeprimeerd door alle fietspech vijf maanden terug. Nu is het, het startpunt. Gedachten spelen door mijn hoofd, hoe het vijf maanden terug was. Het geeft me een vreemd gevoel. Ik wil hier snel weg en stap direct op mijn fiets richting het oosten.
Gastvrijheid
Mijn thermometer gaf -18_ celsius aan, wat vrijwel niet te merken was. Er was geen wolk aan de hemel te bekennen en dat zou de komende weken zo blijven. Een thermoshirt was genoeg en dat deed me vaak nog zweten. De eerste dagen vorderde snel. Dagafstanden lagen nog boven de honderd kilometer aangezien de weg hier nog vrij vlak was en de sneeuw platgereden door het regelmatig passerende verkeer. de meeste vrachtwagens stoppen voor me, geïnteresseerd in wat ik hier in godsnaam doe: "Waarom ga je niet in een warm land fietsen?". "Ach, daar heb ik al zo vaak gefietst". Buiten de interesse om voorzien velen me nog eens van extra voedselvoorraden en zo zie ik de eerste weken mijn voedselvoorraden eerder toe- als afnemen. De helft van de nachten breng ik door in mijn tent. de koude is ‘s nachts goed te merken. Wanneer de zon verdwenen is, daalt het kwik snel tot beneden de -30_ celsius. De overige nachten wordt ik uitgenodigd in de huizen van de uiterst gastvrije Russen. de eerste 600 kilometer zitten er snel op, maar daar komt abrupt een einde aan. Verkeer kom ik amper meer tegen en vanaf nu bestaat het padennetwerk uit een zuigende modderdrab afgewisseld met nog een grote hoeveelheid ijs en sneeuw. Moeilijk fietsend zie ik mijn kilometerteller amper meer boven de 8 kilometer uitkomen en dagelijks volgen uren waarbij ik de fiets lopend moet voortduwen. Twaalf uur actief bezig zijn, levert nog met moeite 60 kilometer per dag op. Zo’n tweemaal per dag wordt ik nog gepasseerd door een voertuig. Een zeswiel-aangedreven oeral truck of een rupsbandvoertuig, andere voertuigen komen niet meer door dit gebied heen. Waar Russen zijn daar is wodka en het zeldzame voertuig dat me passeert voorziet me dan ook nog wel eens van een halve literfles. "Hier kerel, heb je wat om warm van te worden ‘s avonds in je koude tentje", en ja daar kan ik ze geen ongelijk in geven.
De winter loopt langzaam op zijn einde en ik reis steeds meer noordelijk, waardoor de zonne-uren aanzienlijk toenemen. De nachten worden niet meer als schemerig. In de middag beginnen de modderpaden te smelten en kom ik met de fiets moervast te zitten. De klei hoopt zich op bij naven, remblokken en bagagedragers, zodat ik de fiets lopend met geblokkeerde wielen moet voortduwen. Er valt vrijwel niet meer vooruit te komen, waardoor ik genoodzaakt ben om fietstijden aan te passen. ‘s Nachts sta ik om twee uur op, zodat ik om drie uur weer op de fiets zit. Het grootste gedeelte van de dag profiteer ik zo van de bevroren modder en wanneer in de loop van de middag de modder begint te smelten is het tijd om de tent op te zetten, een maaltijd te bereiden en te gaan slapen.
Met de weken neemt de vermoeidheid toe. De slechte wegen doen vooral de pijn in schouders,nek, polsen en zitvlak toenemen. Snelstromende rivieren ontdooien en vrijwel iedere brug is ingestort of er is zelfs nooit sprake van een brug geweest. Regelmatig waad ik tot mijn middel door rivieren heen. Mijn voeten worden ijskoud en doorweekt en het kost me steeds meer moeite om ze nog enigszins boven de brander op te warmen. Er vormen zich pijnlijk gezwollen zweren op mijn voeten. Één raakt er geïnfecteerd en barst pijnlijk open. Op mijn andere voet bespeur ik een bevroren plekje op mijn grote teen, wat me weer erg alert maakt. Ik moet ten koste van alles die voeten warm krijgen en houden, want ik heb nog een aantal weken te gaan.
Eenzaam
De Amerikaanse militaire detailkaarten, die ik voor dit gebied gebruik zijn uit 1980 en dat blijkt veel te oud te zijn. Veel van de paden bestaan niet meer en vaak fiets ik over nieuwe paden, die pas sinds enkele jaren bestaan. De "democratie" heeft er in rusland voor gezorgd dat ik hier vrij kan rondreizen. Tegelijkertijd heeft dat de armoede van de Russen in Siberië bepaald. de Russen worden hier al jaren niet meer uitbetaald met als gevolg dat er zes jaar terug een leegloop van kleinere dorpjes is begonnen naar de grotere plaatsen toe. Drie kwart van de plaatsjes op mijn kaarten blijken niet meer te bestaan. Iedere keer is het weer een teleurstelling om aan te komen bij een ruïne-achtig spookstadje. In ieder bewoond dorp, want soms bestaat uit niet meer als een paar huizen, blijkt de russische gastvrijheid weer erg groot te zijn, wat resulteert in warme slaapplaatsen, sauna’s, goed eten (elanden- en berenvlees) en natuurlijk het onvermijdelijke glaasje wodka. Het sterkt me weer wat aan waarna ik met wat frissere moed weer verder gaan. Er volgt een week van complete eenzaamheid. Ik zie geen enkel bewoond huis en wordt door geen enkel voertuig gepasseerd. Ik begin in mezelf te praten en de meest vreselijke liedjes van ABBA en Paul de Leeuw blijven dagenlang in mijn hoofd rond zingen. Waar ben ik mee bezig. Is dit nog wel leuk, war doe ik dit voor. Wat me vooruit helpt is het gevoel dat ik over de helft heen zit, dat ik de laatste tijdszone van Rusland binnen ben gegaan. De volgende tijdszone ligt in Alaska, dat is de datumgrens.. Ik vorder gestaag en ben erg blij als ik na een week weer een dorpje bereik en wat voor een plaats. Wat is dat! Zie ik dat goed. Dat is een skilift. Wie had dat gedacht in deze uithoek. Met nog grotere verbazing krijg ik het ik het eerste Russische snowboard voorgeschoteld. Zo moeten ze er waarschijnlijk 25 jaar geleden in Europa uit hebben gezien. Een stuk verbogen plastic met een paar houten latten en stukken verbogen ijzer met touwen, wat als bindingen moet fungeren. Het ziet er niet uit , maar vreemd genoeg valt er nog redelijk mee van de helling te komen. de skilift beheerder komt met een nog leuker zelfbouwsel aanzetten. Van een oude tweewieler en wat skilatten heeft hij een skifiets in elkaar gespijkerd en daar moet ik natuurlijk ook gebruik van maken. de afwisseling heeft me goed gedaan en ik kan weer verder onderweg.
De grote rivieren beginnen flinke obstakels voor me te vormen. Ze zijn veel te groot om nog met de fiets doorheen te komen. Gelukkig tref ik af en toe weer een voertuig om de fiets in te laden en deze rivieren door te steken., wat soms wel uren wachten betekent voor er een verschijnt bij de rivier, waarin nog allemaal ijsschotsen drijven. Hier komt ook geen voertuig meer overheen. Ik ben te laat om nog over het ijs te kunnen, maar ook te vroeg om over het water te kunnen gaan. Zolang er ijsschotsen zijn, gaat er nog geen pond. Dat zal nog een week duren. Daar heb ik geen tijd voor. Het kost me bijna een dag voordat ik een deal heb kunnen maken met een visser om mij naar de andere rivieroever te brengen. Ik kan weer verder.
Bering zee
De vermoeidheid en pijn in mijn lichaam blijft. Het wegdek is de laatste weken weer goed voor Siberische begrippen, maar de Bering zee wordt me niet prijs gegeven. de laatste week regent en hagelt het aan één stuk door bij een temperatuur net boven de nul graden. Ik ben totaal doorweekt evenals al mijn spullen. Mijn slaapzak is een grote nat spons geworden. Geld, paspoort, travellercheques en kaarten zijn een nat papje geworden. De koude voelt ijskoud tot op mijn botten. Regelmatig zit ik te schudden in mijn tuig en te klappertanden en ben dan ook erg blij als ik uiteindelijk de Bering zee bereik. Alweer een klein nietszeggend plaatsje. Ik ben al die tijd gewoon nergens naartoe gefietst. Ik ben aangekomen bij een klein plaatsje om er eigenlijk ook weer zo snel mogelijk van weg te gaan om terug te keren naar de redelijk geciviliseerde wereld. Ach, het ligt aan de Bering zee, dus deze keer heeft het tenminste een echt eindpunt, maar waarom reis je eigenlijk naar zo’n punt. Een bergbeklimmer klimt naar een top, om er daarna weer zo snel mogelijk van af te dalen. Een poolreiziger trekt wekenlang over de zelfde witte ondergrond, als waar hij uiteindelijk ook hoopt te eindigen en er dan weer zo snel mogelijk vandaan weg te vliegen. Het gaat om het onderweg zijn, de ontberingen, om jezelf te testen met de natuur, en daar moet je toevallig een eindpunt aan toe voegen om de uitdaging tot een zinnige onderneming te maken. Zonder een eindpunt is een onderneming doelloos. Dan was het dus toch nog een geslaagde onderneming.  
|